maandag 29 augustus 2005
Grote bek houden en rommel opruimen...
'Als ik jou was dan zou ik jouw grote bek maar houden en gewoon die rommel opruimen!' Het was eruit voor ik er erg in had. De man in de blauwe Mercedes leunde naar voren alsof 'ie iets uit zijn dashboardkastje wilde pakken. Als dit maar goed gaat dacht ik nog in een flits... Hij bleek z'n auto in zijn vrij te zetten en uit te stappen.
Om zes uur vanmiddag fietste ik door de Bellamystraat naar huis. Bij de container net voorbij de Ten Katestraat zag ik een man uit een blauwe Mercedes stappen die een stuk of wat lege dozen naast de containers legde. Terwijl ik met mijn mobiel aan mijn oor voorbij fietste keek ik achterom en zag dat 'ie weer instapte om weg te rijden. 'Ik bel u zo terug' riep ik nog snel door de telefoon, terwijl ik al ophing en me omdraaide.
Ik vroeg wat meneer deed. Het antwoord daarop was niet zo moeilijk, maar blijkbaar verraste het hem dat 'ie in de grote anonieme stad werd aangesproken op zijn gedrag. 'Wie ben je? Wie denk je wel niet dat je bent. Ik zou je grote bek maar houden. Legitimeer je maar. Als je je kunt legitimeren zal ik je antwoord geven.' sprak de (gekleurde) man met een licht accent.
Wie of ik was, dat maakte potverdikke helemaal niets uit dacht ik. Een eenzame passant op de fiets, bewoner van dit stadsdeel of Amsterdammer van elders. Deze man maakte een bende van mijn stad en deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Maar zo werkt het niet! 'Ik ben hier stadsdeelwethouder,' antwoordde ik hem toch terug en gaf hem een visitekaartje dat ik uit mijn portemonnee haalde. Op verhitte toon reageerde hij met: 'Maar dat is geen legitimatie, hoe kan ik nu zien wie je bent. Je bent alleen maar lid staat erbij.' En toen schoot bovenstaande zin er dus uit.
'Die dozen horen er niet naast, maar in de container. U moet het zelf weten, ik schrijf uw kenteken op en zal het doorgeven aan onze milieupolitie.' Terwijl ik een pen pakte en zijn kenteken noteerde, stapte mijnheer uit en even dacht ik dat 'ie door het lint zou gaan. Terwijl ik aan het schrijven was zag ik echter dat hij naar de container liep. Met forse tegenzin stopte hij een voor een de kartonnen dozen in de restafvalcontainer.
Ik heb me omgedraaid en ben doorgefietst. Vanavond zal ik per mail het kenteken, tijdstip en omschrijving van de auto doorgeven aan onze milieupolitie. Wellicht kunnen ze er alsnog iets aan doen.
Op weg naar huis zat ik me af te vragen of ik er nu verstandig aan had gedaan om deze man aan te spreken. Die ene doos meer of minder is ook weer niet zo relevant om me als bestuurder druk over te maken. En wat nu als 'ie toch door het lint was gegaan en me een klap had verkocht, of zelfs nog iets gekkers. Er zijn mensen om minder vermoord. Is dat het waard voor een jonge vader, met een tweede op komst? Natuurlijk niet. Waarom dan toch aanspreken - en zo'n ongenuanceerde uitval doen?
Misschien is het naïviteit maar ik heb het idee dat het in de praktijk met die vreemde verhalen nog wel mee valt. In ieder geval vind ik dat dat geen reden mag zijn om niets te zeggen en te doen alsof je niets ziet. Ik vind dat we in deze stad met z'n allen in zo'n groot mogelijke vrijheid met zo min mogelijk betuttelende regeltjes van de overheid moeten kunnen samenleven. Dat kan alleen als we ons ook houden aan die regeltjes. Natuurlijk is er dan de (milieu)politie om te handhaven en te beboeten als dat nodig is. Maar (milieu)agenten staan niet op iedere hoek en we hebben als bewoners van deze stad ook onze eigen verantwoordelijkheid.
Ik zie het als de morele plicht van iedere Amsterdammer om elkaar op norm overschrijdend gedrag aan te spreken om er op die manier voor te zorgen dat we met 1 miljoen mensen op een prettige manier kunnen blijven samen wonen. Als we er met elkaar voor kiezen om dat niet meer te doen, uit angst voor een klap op je smoel of om het volgende anonieme slachtoffer te worden in een klein bericht in Het Parool, dan krijgen we naar mijn idee binnen de kortste keren een onleefbare stad waarin het erg onprettig wonen is. In zou in ieder geval niet in zo'n stad willen wonen en ik weiger om door te zwijgen eraan bij te dragen dat het zo'n stad zal worden. Ik hoop dat veel meer mensen dat (zullen) doen.
Vorige:
Meest positieve ontwikkeling van het afgelopen jaar in Oud-West?Volgende:
Nog zo'n voorbeeld...Terug naar
overzicht...