Gemeenteraadslid Amsterdam
Werner Toonk
Werner Toonk

zondag 9 november 2003

De westelijke stadsdelen binnen de ring zouden moeten fuseren
Gemeenteraadslid Hans Res diende onlangs in de gemeenteraad een motie in om te onderzoeken of West binnen de ring zou kunnen fuseren. De voormalig slager in de Kinkerstraat deed daarmee nogal wat stof opwaaien in de media. Het uiteindelijke advies van B&W aan de gemeenteraad zal zijn om het voorstel niet over te nemen, o.a. omdat er al door de stadsdelen al geïnvesteerd wordt in samenwerking.

Ik ben voor een toegankelijke, effectieve en efficiënt opererende overheid. Stadsdelen bieden in dat opzicht zeker een meerwaarde. Ze vergroten de toegankelijkheid van het bestuur en de ambtelijke organisatie en het lokale karakter maakt het mogelijk om met concrete oplossingen te komen voor lokale problemen. Als bestuurder wordt ik echter ook wekelijks geconfronteerd met de keerzijde van deze kleinschaligheid. De voor de handliggende optie van samenwerken met andere stadsdelen is in theorie een mooi initiatief maar in de praktijk kost dit meer dan het oplevert en blijkt dat we ook daar eigenlijk te klein voor zijn.

Vooralsnog verkondig ik een minderheidsstandpunt, maar ik ben een groot voorstander van het fuseren van te kleine stadsdelen. Niet alleen in West binnen de ring, maar ook in West buiten de ring, Oost en Zuid. In mijn ideaalbeeld is er plaats voor zeven stadsdelen. Natuurlijk moeten we dat niet van vandaag op morgen in gang zetten. Fuseren levert immers de nodige onrust binnen de organisaties, kost een hoop geld en zou op korte termijn wel eens ten koste kunnen gaan van de dienstverlening aan de bewoners en ondernemers. Wel zouden we serieuze gesprekken over fusies op termijn moeten starten. De ondernemers en bewoners hebben er recht op, de tijd is er rijp voor en het bestuur en de raad mogen daarbij niet achterblijven. Wat mij betreft nemen de kleinste stadsdelen daarbij het initiatief.


De belangrijkste reden waarom ik vind dat Oud-West te klein is, is omdat er voor veel zaken binnen onze organisatie slechts één ambtenaar beschikbaar is. Zonder uitzondering deskundige mensen, maar in geval van ziekte, vakantie of een extra motie of schriftelijke vragen van de raad blijven de andere werkzaamheden liggen en moeten bewoners en ondernemers langer op hun antwoord wachten omdat er geen vervanger beschikbaar is. Bovendien is het zo dat in de huidige organisatie de doorgroeimogelijkheden voor de medewerkers zeer beperkt zijn, zodat goed presterende medewerkers vaak na een paar jaar vertrekken naar een volgende werkgever. Kennisbehoud is daarmee een zorgpunt.

De laatste tijd zien we steeds meer dat stadsdelen met elkaar proberen samen te werken. Profiteren van elkaars kennis en kunde, beslissingen op elkaar afstemmen en daar waar mogelijk van elkaar leren. Dit klinkt mooi, maar in de praktijk gaat het echter anders. In veel gevallen is het zo dat er op ambtelijk dan wel op bestuurlijk niveau voldoende (valide) redenen zijn om in de praktijk toch vooral los van de kennis van de buren te opereren en zelfstandig het wiel uit te vinden. Het afstemmen van beslissingen om gezamenlijk naar buiten te treden kost in de praktijk vaak veel meer overleg- en voorbereidingstijd dan het uiteindelijk aan resultaat oplevert.

Als voorbeeld noem ik de wens van de vier portefeuillehouders verkeer om met één gezamenlijke reactie te komen op de nieuwe menukaart parkeren. Als ieder stadsdeel afzonderlijk zou reageren, dan zou dat per stadsdeel zo'n twee uur ambtelijke capaciteit vergen om de reactie te schrijven en een half uur bestuurlijke capaciteit om dit vooraf af te stemmen en achteraf de reactie te toetsen. Een gezamenlijke reactie namens de vier stadsdelen houdt in dat alle vier beleidsmedewerkers meerdere malen met elkaar overleggen om de reactie op te stellen (twee uur), alle vier afzonderlijk meermaals overleggen met hun bestuurders (een uur) en tenslotte de bestuurders nog eens met elkaar om tafel zitten om de puntjes op de i te zetten (een uur). In totaal worden er dan 16 uur besteed, per stadsdeel vier in plaats van twee en een half uur. Samenwerken leidt in zo'n concreet geval dus tot een deficiëntie van 60%. Als we hier een gewoonte van zouden maken, dan zou het aantal ambtenaren dat nodig is met de helft moeten toenemen. Ik ga er hierbij nog aan voorbij dat de gezamenlijk voorbereide reactie ook nog eens voorgelegd zal worden aan alle vier stadsdeelraden, die ieder weer voor aanpassingen kunnen zorgen, nieuw overleg vereisen, etc.

In mijn beleving is het huidige politiek-bestuurlijke model ongeschikt voor vergaande samenwerking. Iedere bestuurder moet immers verantwoording afleggen aan zijn of haar eigen deelraad en achterban, en voor ieder zijn de belangen en idealen weer anders waardoor het veel tijd kost om tot een werkbaar compromis te komen. Het uiteindelijke primaat van de raad kan er uiteindelijk toe leiden dat het proces om tot een breed gedragen voorstel te komen weer over gedaan kan worden.

Als de westelijke stadsdelen binnen de ring zouden fuseren dan zou dit leiden tot een stadsdeel van zo'n 8,78 km2, iets groter dan stadsdeel Centrum, minder dan de helft van het oppervlakte van Zuidoost en slechts een zevende deel van stadsdeel Noord. Het totale aantal inwoners zou neerkomen op zo'n 130.000 inwoners, volgens de huidige grenzen het stadsdeel met de meeste inwoners. Bij centraal stedelijke overleggen zijn we dan in staat om een stevig, eensgezind geluid te laten horen zonder dat er vertegenwoordigers van alle vier stadsdelen aanwezig hoeven te zijn.

Fuseren houdt verder in dat er minder overleg nodig is met andere stadsdelen, zowel ambtelijk als bestuurlijk, en er meer geprofiteerd zou worden van het eindresultaat. Er hoeft bijvoorbeeld niet meer overlegd te worden over gezamenlijke inkoop of gezamenlijk beleid maken, maar het zou gewoon gebeuren.

Als werkgever worden we bovendien aantrekkelijker met meer doorgroeimogelijkheden voor de medewerkers. Op die manier behouden we meer kennis in de organisatie, wat weer een positief effect heeft op de kwaliteit van de dienstverlening aan bewoners en ondernemers.

In plaats van solistisch opererende medewerkers kunnen er dan kleine teams gevormd worden van deskundigen die er garant voor staan dat in geval van ziekte of vakantie het werk niet blijft liggen en de burger krijgt waar 'ie recht op heeft binnen de daarvoor geldende termijnen.

Minder stadsdelen houdt ook in dat er minder politieke overhead noodzakelijk is. Bij een fusie van West binnen de ring zouden er van de huidige 14 dagelijks bestuurders, 68 raadsleden en 4 griffiers zo'n twee derde overbodig zijn. Dit levert op jaarbasis een aanzienlijke kosten besparing voor de gemeente. Bovendien zou in dat geval de vergoeding voor raadsleden omhoog kunnen, zodat die meer tijd beschikbaar zouden kunnen maken voor hun raadswerk. De kwaliteit van het (algemene) bestuur en de controle van het dagelijks bestuur neemt daarmee toe en ongetwijfeld ook de kwaliteit van het debat in de commissies.

Ik kan me echter voorstellen dat er raadsleden en bestuurders zijn die zich zorgen maken over hun eigen positie. Een fusie tussen stadsdelen zal er immers ongetwijfeld toe leiden dat er minder politici nodig zijn. Als het de kwaliteit van het bestuur echter ten goede komt, dan mag het eigen belang geen reden zijn om een fusie uit de weg te gaan en als het nodig is, dan zal ik de eerste zijn die zijn stoel ter beschikking stelt.

Reacties:

11 nov 2003 13:49
Laurens Kalhorn
Helaas is de discussie over wel of niet samenvoegen er niet eentje die gaat over de feiten en de resultaten. Je geeft hieboven een zeer duidelijke en beargumenteerde uitleg waarom je zou moeten samenvoegen!
Diegene die het binnen Amsterdam voor het zeggen heeft, PvdA, blijven altijd verzanden in de discussie. Enige argument gegeven door hun is dat als het klein is, dat het dan dichter bij de burger staat.
Het stadsdeel moet niet dichter bij de burger. Het stadsdeel moet vooral professioneel zijn. Niet dat ze dat niet zijn al ze dicht bij de burger (ik spreek zelf trouwens liever van bewoner) staan, maar Werner geeft hierboven aan dat het wel problemen met zich meebrengt als je het zo kleinschalig wilt organiseren.

De politiek moet dichter bij de bewoners staan. Dat is het belangrijkste. En daar doe je niks aan in de organisatie van een stadsdeel. Dat ligt aan de politicus zelf. Ik loop altijd over straat en ben herkenbaar als politicus (Ik heb altijd mijn VVD-sjaal om) en ben dus ook altijd aanspreekbaar!

Ik ben klaar voor de discussie. Ik heb mijn positie bepaald! Ik ben het met Werner eens: we moeten de stadsdelen samenvoegen!
www.vvddebaarsjes-asd.nl
11 nov 2003 13:54
Laurens Kalhorn
En trouwens:

En misschien als we gaan samenvoegen, komt er eens wat meer kwaliteit in die stadsdeelraden.

Het zijn nu zo veel zetels die gevuld moeten worden en daarvoor heb je zoveel mensen nodig, dat gaat ten kosten van de kwaliteit van de politici!!!
www.vvddebaarsjes-asd.nl
14 nov 2003 11:23
Serge Markx
De zin en onzin van de kleine bestuurlijke schaal is ingewikkelder dan het lijkt. De vakgroep bestuurskunde in Amsterdam, waar ik studeerde, deed onderzoek naar de effectiviteit van de eigenaardige stadsdelen. Belangrijk inzicht was dat echt grote bureaucratieën hopeloos in zichzelf vertrikt raken, veel afdelingen zich met elkaars werk bemoeien en er een soort bureaucratische verlamming onstaat. Volgens mijn vakgroep waren de kleine stadsdelen effectiever dan de grote oude gemeente. Ook zou het werk voor de ambtenaren in een relatief kleine organisatie interessanter zijn, omdat de verantwoordelijkheid voor de eigen taak groter is. Bij een schaal tussen ongeveer de 30- en 50 duizend bewoners kunnen de wethouders ook nog zelf de buurt in om zich te informeren en contacten met bewoners te leggen. Toen ik in de Pijp woonde merkte ik vrij veel van het stadsdeel, een algemene indruk dat er van alles in de buurt verbeterde. Toen in naar Oud-Zuid verhuisde fuseerden die stadsdelen ook. Sindsdien lijkt het er op dat Oud-Zuid de Pijp er een beetje bij doet, en dat sommige stukken van de Pijp verloederen. Het zijn ook totaal onvergelijkbare buurten, en op die schaal verdwijnen de slechte stukken van de Pijp uit zicht. Zo bekeken ligt voor Oud-West een fusie met Westerpark, met vergelijkbare woningen en bevolking veel meer voor de hand dan met Bos en Lommer en de Baarsjes met een heel andere bevolking. Ongetwijfeld hebben stadsdelen allerlei nadelen. Maar nu ze er eenmaal zijn heeft het weinig zin ze steeds naar willekeur in te stellen en te ontbinden. Voor je het weet heb je het slechtste van twee modellen: zowel de nadelen van een vrij grote bureaucratie terwijl ook het buurtgericht werken er niet meer van komt. Serge Markx

14 nov 2003 15:11
Emile Jaensch
Als bestuurder van Oud Zuid reageer ik hierbij graag op reactie van Serge Markx. Jammer dat je een wetenschappelijk opgebouwd verhaal vervolgens wil vertalen naar je persoonlijke situatie. Dat lijkt me niet de juiste onderbouwing. Ik kan mij die optimale omvang overigens wel voorstellen maar dat geldt slechts voor enkele factoren. Onderzoek van bureau Berenschot onder 44 gemeenten geeft aan dat gemeenten in de grootteklasse van 25.000 a 50.000 inwoners ideaal zijn als het gaat om een aantal ambtenaren per inwoner: deze gemeenten tellen 27.5 ambtenaren per 1000 inwoners. Maar uiteindelijk is de wijze waarop de ambtelijke dienst en het werk is georganiseerd van wezenlijk belang voor een efficiënte werkwijze. De financiele voordelen worden, anders gezegd, eerder behaald aan de opbrengstenkant. Het duurt overigens wel enige jaren voordat de schaalvoordelen zichtbaar zijn. Een groter stadsdeel heeft tevens een sterkere positie in de verschillende krachtenvelden en een grotere politieke en bestuurlijke slagkracht. Voor bestuurders, raadsleden en ambtenaren is een grotere gemeente inhoudelijk uitdagender en financieel aantrekkelijker. Dit kan een positieve aantrekkingskracht hebben. Veel kandidaten verkiezen een groter stadsdeel als Oud Zuid boven dat van een kleiner stadsdeel. Dat geldt ook voor stadsdelen als Noord, Binnenstad en Zuid-Oost. Ondanks dat een klein apparaat voor de individuele medewerker juist aantrekkelijk en uitdagend kan zijn vanwege de korte lijnen en de diversiteit van het takenpakket. Een groter stadsdeel heeft meer mogelijkheden voor een flexibel financieel beleid en is beter toegerust om de huidige uitdagingen en de toekomstige ontwikkelingen en taken die daarmee samenhangen aan te pakken. Er zijn meer mogelijkheden voor specialisaties binnen het ambtelijke apparaat. Een groter draagvlak voor bepaalde voorzieningen en mogelijkheden voor klantgericht werken. Daarbij is de aantekening op zijn plaats dat dit voordeel zich alleen voordoet als de schaalvergroting niet leidt tot centralisatie van voorzieningen en taken, maar juist tot het spreiden van voorzieningen en het vestigen van frontoffices en het instellen van "wijkgericht werken" in de verschillende buurten en kernen. Dit Wijkgericht werken is in Oud Zuid is ver doorgevoerd (eigen budgetten per wijk, wijkplannen etc.). Nog wat voorbeelden specifiek voor Oud Zuid. Ik kan je verzekeren dat de burgers van De Pijp en Zuid sinds de fusie, beter bediend worden. Dat wijzen tevrendenheidsonderzoeken uit, loketten zijn langer open en er zijn meer specialisten die kunnen worden aangesproken (bijv. meer flexibele planologische ruimte). Daarnaast was een aantal zaken in Zuid beter geregeld waar nu ook de Pijp van kan profiteren. Architectuur en kunstbeleid bestond nagenoeg niet in Pijp. Het parkeerprobleem van De Pijp kan worden opgevangen door overloopvergunnigen in de aangrenzende apollobuurt. Mede dankzij het gunstige economische tij is er sinds de fusie van 1998 nog nooit zo intensief ver(nieuw)bouwd in de Pijp sinds de oplevering van woningen in de Zuid Pijp rond 1920. En ook de huidige inzet van stadsvernieuwing gaat overigens nog steeds onverminderd uit naar De Pijp. Kijk naar de huidige bouwprojecten in de Kuiperstraat rondom het Henrik de Keijserplein en de grootschalige funderingsaanpak rondom de bouwput van de Noord-Zuidlijn. Voor de komende jaren staat het Gemeente-archiefterrein nog op de rol. Tot slot lukt het mij prima om in een gemeente met bijna 85.000 inwoners om de straat op te gaan en bewonrs te woord te staan. Dat hangt volledig van je eigen instelling af. Je bent overigens welkom om hierover nog eens met mij van gedachte te wisselen.

22 okt 2004 15:57
Jaap N. Kras
Toch nog iets toevoegen aan een discussie van vorig jaar die mij ontgaan is. Als bewoner van oud west ben ik sterk gekant tegen het opgaan van stadsdeel oud west met een ander stadsdeel in Amsterdam west: er zit geen enkele meerwaarde of affectie voor de bewoners. De bewoners in oud west wandelen graag in het vondelpark en gaan om te werken of boodschappen te evenmin naar andere stadsdeelraden in amsterdam west doch naar het centrum of a.dam zuid. Daarbij komt dat de politieke signatuur in andere stadsdeelraden in west de positie van de VVD enorm verzwakt in mijn buurt.

Deze discussie is gesloten. Het is niet meer mogelijk om te reageren.



Vorige: Raadsleden moeten meer met elkaar in debat en minder vragen stellen
Volgende: Bij nieuwbouw van woningen zou voorzien moeten worden in de eigen parkeerbehoefte

Terug naar overzicht...


Laatste twitters:
Zo op het eerste gezicht tevreden met financiele keuzes voor 2013 en verder. Lees meer http://t.co/6ht87wut
Mooi! RT @PvdA_amsterdam: #Amsterdam ontziet armoede & veiligheid in Kadernota en investeert in onderwijs, werk en duurzaamheid #PvdA020
Nu om tafel met goede ambtenaren van #020 over jaarrekening om daar helderheid over te krijgen. Met @marjaruigrok en @danielvanderree
Nu om tafel met goede ambtenaren van #020 over jaarrekening om daar helderheid over te krijgen.
Achter gesloten deuren om tafel met college en woordvoerders financiën over #kadernota2013. Hoeveel besparen en waarop. #raad020
Metro bericht over min of meer gedwongen gesleep met basisschool kinderen in #020. Tijd voor #ordeopzaken http://t.co/Ttd3JHGv
Heel veel succes aan alle leerlingen die vandaag beginnen met #examens.